Protestantse Kerk Brussel

Nieuwe Graanmarkt  8

1000 Brussel     

Tel. 02 512 03 67

 
 
 
 
Vieren

Eredienst elke zondag om 10u15

Kinderkerk: 4 - 8 jarigen

Kindernevendienst: 8 - 12 jarigen

Jeugdkerk: 12 - 18 jarigen

Babyoppas

 

Erediensten
Aanvulling
Voorganger
7 februari
ds. J. Brouwer
14 februari
Doop & H. Avondmaal
ds. G. Heslinga

21 februari

Invocabit - eerste van de veertigdagen
ds. S. Fuite
28 februari

Reminiscere - tweede van de veertigdagen

Schrift en Tafel

ds. S. Fuite
7 maart

Oculi - derde van de veertigdagen

Jeugdkerk

ds. S. Fuite

 

Jeugddienst op zondag 29 november

KLIK:  http://gallery.me.com/itidh#100066

 

Bij Hemelvaart 21 mei

                                                                                       

                                                                                                                              

 

Naar boven:

 

Antependia sieren lezenaar en preekstoel in functie van het kerkelijk jaar.

 

 

Het verloop van de eredienst in de Protestantse Kerk Brussel

De zondagse eredienst is het kloppend hart van de gemeente. De liturgie sluit aan bij de brede oecumenische liturgische traditie van veel andere protestantse kerken in België en Nederland. Gemeenteleden, diakenen, ouderlingen, leiding van de kindernevendienst, cantorij, koor, organist, muzikant en predikanten leveren hieraan allen hun bijdrage. Zo naderen wij samen tot God met onze vragen en noden, onze twijfels en zekerheden, maar ook onze dankbaarheid en verantwoordelijkheid. Iedere zondagse eredienst heeft een vaste structuur, waarvan echter bij bepaalde gelegenheden zoals jeugddiensten, kerstvieringen met de kindernevendienst, startdienst bij aanvang van het jaar of andere evenementen zoals een dienst na de jaarlijkse kerkmarkt kan worden afgeweken. De volledige ‘dienst van het Woord’ omvat drie onderdelen: de voorbereiding, de dienst van de schrift en de dienst van het Avondmaal.

Ontvangstteams zorgen iedere zondag voor de verwelkoming van de kerkgangers aan de deur. Na de dienst staat een andere ploeg vrijwilligers klaar om koffie te schenken en bij afwezigheid van de vaste kosteres de kosterdienst waar te nemen. Kerkenraadsleden zorgen samen met predikant en organist voor het goede verloop van de dienst.

Voorbereiding

Eerst wordt ter aankondiging van de dienst de klok geluid. In de kerk verzorgt de organist daarna het inleidend orgelspel. Op de liturgietafel staat een brandende kaars. Dat is het teken van de gemeente die het licht, dat zij van Christus ontvangen heeft, uitdraagt. In een afzonderlijke nevenruimte maken ondertussen predikant, kerkenraadsleden en collectanten zich op voor de dienst en bereiden zich in een gezamenlijk gebed daarop voor. Daarna komen ze in stoet de kerk binnen.

Kerkelijke mededelingen

Iedere week doet telkens een ander kerkenraadslid (het ”kerkenraadslid van dienst”), voordat de eigenlijke dienst begint, de praktische en pastorale mededelingen. Hij of zij verwelkomt niet alleen de mensen in de kerk, maar ook hen die later in de week via een cassettebandje die dienst zullen volgen.

Een belangrijk moment is het wanneer de gemeente hoort welke oudere of zieke leden de zondagse kerkbloemen krijgen. Als er de afgelopen week iemand is overleden, wordt zijn of haar naam genoemd en wordt er na een moment van stilte staande een lied ter nagedachtenis gezongen.

Bij de geboorte van een kind wijst een rode roos voor de doopvont de gemeente op het nieuwe leven. Na de dienst wordt deze roos door de dienstdoende ambtsdrager of de predikant naar de ouders gebracht als teken van verbondenheid.

Ten teken dat de dienst nu wérkelijk begint, drukt het kerkenraadslid van dienst vooraan in de kerk de voorganger de hand. Deze handdruk vormt het zichtbaar teken dat de voorganger de verantwoordelijkheid over de dienst krijgt.

Bemoediging

In een vaste steeds weerkerende formule spreken predikant en gemeente alternerend de bemoediging uit. Ze drukken hiermee hun vertrouwen op de Heer van hemel en aarde uit.

 

Drempelgebed

Het drempelgebed is een gebed waarin toenadering tot God wordt gezocht. De voorganger vraagt de harten te openen om met een open geest de dienst te kunnen vieren.

Aanvangspsalm

De aanvangspsalm zet het thema van de dienst. De gemeente herkent zich in de psalmen waarmee Israël voor het aangezicht van de Heer treedt. Typerend voor de protestantse eredienst is dat deze psalmen berijmd, dat wil zeggen in liedvorm, worden gezongen. Dit gebruik gaat terug tot de tijd van de reformatie, toen met name in Straatsburg en Genève de psalmen berijmd werden en aldus geschikt werden gemaakt voor volkszang. De psalmen worden nu gezongen in een moderne berijming, maar nog steeds met melodieën uit de 15e - 16e eeuw, wat tevens een band met de traditie inhoudt.

 

Smeekgebed

Met de zorgen en noden van de afgelopen week in het hoofd en in de harten beginnen de kerkgangers de zondagsdienst. In het smeekgebed (ook wel genoemd het kyriëgebed) worden deze noden en zorgen in algemene zin verwoord. Niet alleen de nood van de wereld, maar ook de tekortkomingen van de gemeente en de mensheid in haar algemeenheid worden voor God uitgesproken. Het smeekgebed wordt door de voltallige gemeente beaamd met een gezongen roep om ontferming.

Loflied

Onmiddellijk op het smeekgebed volgt de lofprijzing, een lied waarmee de grootheid van God wordt bezongen. Welk lied daarvoor gekozen wordt hangt af van de periode in het kerkelijk jaar. Tijdens de Advent, de tijd ter voorbereiding op Kerst en de Veertigdagentijd die voorafgaat aan Pasen laten we het glorialied achterwege. Dit houdt verband met het ingetogen karakter van deze voorbereidingstijden. Op Kerstmis en met Pasen klinkt het loflied (ook wel genoemd het Gloria) dan ook des te krachtiger en vrolijker!

 

Dienst van het Woord

 

Groet

Met een vaste, steeds weerkerende formule spreken predikant en gemeente nu alternerend de groet uit. Nadat de predikant de gemeente heeft gegroet met de woorden: “de Heer zij met u”, beantwoordt de gemeente hem als bedienaar van het Woord met : “ook met u zij de Heer”.

 

Gebed bij de opening van de Schrift

Het voorlezen uit de Bijbel is een heel intens moment in de dienst. Opdat de voorlezer met zijn mensenwoorden het Goddelijk Woord zou mogen overbrengen, bidt men eerst om Gods bijstand door zijn Heilige Geest.

 

Woord voor de kinderen

Na het gebed vraagt de predikant aan de kinderen om naar voren te komen. Voordat zij naar de kindernevendienst gaan vertelt de predikant hen een kort verhaal, of spreekt hen in enkele woorden toe. Daarna krijgen zij de kaars mee en gaan naar hun eigen nevendienst.

Schriftlezingen

Doorgaans worden drie passages uit de Bijbel gelezen. Het eerste gedeelte komt dan uit het oude testament, waarin we lezen over de geschiedenis van het volk Israël; de tweede lezing is meestal uit de Brieven van de Apostelen die ons vertellen over het leven van de eerste christelijke gemeenschappen, hun zorgen en vragen, hun problemen en vreugden. De derde lezing, in onze gemeente gelijk aan de twee anderen, komt uit het Evangelie. Dat vertelt ons over Jezus, zijn woorden en zijn daden. Soms gebeurt het dat er slechts één of twee passages gelezen worden, dat is afhankelijk van de verdere invulling van de dienst.

 

Samen zingen

In de dienst, zowel voor, tussen, als na de lezingen en de gebeden worden liederen gezongen die de verschillende onderdelen van de liturgie met elkaar verbinden. De liederen spreken ook een eigen taal en hervertellen soms muzikaal het gelezen bijbelgedeelte of het gesproken gebed.

Prediking

In de prediking, ook wel genoemd “uitleg en verkondiging” probeert de voorganger de Bijbel zo te vertalen dat het oude verhaal van toen-en-daar levend wordt voor hier-en-nu. Lengte en onderwerp van de preek worden zowel door het thema als het karakter van de dienst bepaald. In elk geval sluit de predikant in zijn prediking onmiddellijk aan bij een gekozen bijbelgedeelte, met de bedoeling om dat gedeelte voor de hoorders van vandaag toegankelijk en levend te maken. Hij of zij gaat daarbij deductief te werk: van de tekst naar de praktijk van de hoorder.

 

Gaven en Gebeden

In iedere dienst wordt gecollecteerd. Na een bezinnend orgelspel zamelen drie of vier gemeenteleden de geldelijke gaven in, waarvan de doelen aan het begin van de inzameling bekend worden gemaakt. We zamelen geld in voor het kerkenwerk, voor de diaconale zorg dichtbij of voor een specifiek project van het werelddiaconaat.

 

Voorbeden

Na de collecte worden door de voorganger (in een dienst waarin we het Avondmaal vieren door de diaken) de gebeden uitgesproken. Soms worden in diensten waaraan de cantorij deelneemt de voorbeden besloten met de woorden "Zo bidden wij allen tezamen", waarop de gemeente antwoordt met een gezongen respons. De voorbeden worden afgesloten met het stil gebed: een persoonlijk gebed in stilte voor datgene wat onszelf bezighoudt en wat een ander niet voor ons bidden kan. Daarna volgt onder klokgelui het Onze Vader, het universele gebed dat christenen van alle plaatsen en alle tijden met elkaar verbindt. 

Slotzang

Staande (zoals bij de eerste psalm en bij het loflied) heffen we na de gebeden het slotlied aan. We staan klaar om als gemeente de wijde wereld weer in te gaan, met een hart dat werd gevuld met de prediking van Gods Woord en dat nu wacht op het moment dat de woorden in praktijk zullen worden gebracht. Daartoe ontvangen we na het slotlied de zegen.

Zegen

Zending en zegen zijn nauw met elkaar verbonden. De predikant heft naar oude joodse traditie de handen op en spreekt Gods nabijheid en aanwezigheid over de gemeente uit. De gemeente beaamt de zegen met het gezongen amen.

 

Groet

Terwijl het orgel speelt, verlaten de kerkgangers de kerkzaal. In de hal schudt de predikant een ieder van hen de hand, zodat hij of zij een ieder ook persoonlijk heeft gegroet, vooraleer men naar huis of naar het nagesprek bij de koffie in de benedenruimte gaat.

 

Naar boven:

Het verloop van de avondmaalsdienst

In de bijbel wordt verteld dat men iedere eerste dag van de week avondmaal vierde. De Middeleeuwse kerk zette deze traditie voort en voerde zelfs de gewoonte in om het iedere dag te vieren. De kerkhervormers Luther en Calvijn wilden deze sleur doorbreken, en de gewoonte om wekelijks de Maaltijd van de Heer (het avondmaal) te vieren herstellen. Luther slaagde daarin, maar Calvijn niet. In de calvinistische kerken werd het avondmaal in de regel 4 maal per jaar gevierd. In de loop van de tijd werd in de calvinistische traditie de viering van het avondmaal steeds meer naar het tweede plan gedrukt. De verkondiging van het gesproken woord werd zo belangrijk, dat al de rest eraan ondergeschikt leek.

Een tijdlang werd de viering zelfs beperkt tot één keer per jaar. In veel Belgische protestantse geloofsgemeenschappen viert men het avondmaal tegenwoordig eenmaal per maand. In onze gemeente gebeurt het in de regel acht keer per jaar, en wel tijdens de zondagse eredienst. In de avondmaalsdienst, waarin ook het “delen” centraal staat, heeft de collectie altijd een diaconaal doel. De voorbeden worden uitgesproken door een diaken. Zo worden geloofspraktijk en zondagsviering met elkaar in verband gebracht, en krijgt die bij de viering van het avondmaal gelegde band via de collecte ook buiten de kerkzaal gestalte.

Geloofsbelijdenis

Het is een oude traditie om bij avondmaalsdiensten de geloofsbelijdenis te zingen. Meestal zingt de gemeente de door Luther tot een lied bewerkte versie van de klassieke geloofsbelijdenis, die men ook in de Rooms katholieke, Oosters orthodoxe en Anglicaanse kerken gebruikt. Soms gebruikt men ook actuele geloofsbelijdenissen, herformuleringen van de klassieke teksten.

Beurtspraak

Bij de aanvang van de tafeldienst begroeten voorganger en gemeente elkaar opnieuw in beurtspraak. Dit verloopt zo:

v.: De Heer zal bij u zijn.

g.: De Heer zal u bewaren.

v.: Verheft uw harten.

g.: Wij hebben ons hart bij de Heer.

v.: Brengen wij dank aan de Heer onze God.

g.: Hij is onze dankbaarheid waardig.

 

Die beurtspraak loopt uit op een door de predikant gesproken " grote lofprijzing”, waarna door de gemeenschap zingend het Heilig, heilig wordt ingezet.

 

Heilig en Gezegend

De woorden 'Heilig, heilig, heilig' treffen we aan in Jesaja 6:3. : In een visioen zingen twee engelen daar boven Gods troon, elkaar Gods lof toe. Ze worden in de avondmaalsliturgie gekoppeld aan de woorden uit Psalm 118:26: Gezegend die daar komt in de naam van de Heer / Hosanna in den hoge! We treffen deze woorden ook aan in het intochtsverhaal van Jezus in Jeruzalem. De gemeente ontvangt de Heer met de woorden: 'Hosanna!' Heilig, heilig, heilig, o Heer van alle machten, Hemel en aarde zijn vol van uw heerlijkheid / Hosanna in de hoge Gezegend die daar komt in de naam van de Heer / Hosanna in den hoge!

 

Tafelgebed

Dit gebed herinnert aan de joodse zegening, waarin God wordt geprezen voor zijn daden. Niet alleen de schepping, maar ook de verlossing van het volk Israël zijn het werk van Zijn handen! Het tafelgebed is niet steeds hetzelfde, maar varieert al naar gelang het kerkelijk jaar en/of de zondag.

Het tafelgebed omvat ook de inzettings- en gedachteniswoorden

In de Bijbel lezen we het inzettingsverhaal, waarin de woorden voorkomen dat Jezus “in de nacht dat hij werd overgeleverd, het brood nam in zijn handen, de dankzegging uitsprak, het brak en zei: 'Neemt en eet, dit is mijn lichaam voor u; doet dit tot mijn gedachtenis.' En evenzo na de maaltijd de beker nam en gedankt hebbende zei: 'Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed. Doet dit, zo dikwijls gij die drinkt tot mijn gedachtenis.” De predikant spreekt deze woorden uit, waarmee hij of zij de Bijbelse grond van de viering in gedachten roept.

 

Het Lam Gods

Het tafelgebed en de gedachteniswoorden worden door de gemeente, al dan niet in wisselzang met de cantorij, zingend afgesloten met de woorden van het “Lam Gods”. Ze herinneren aan Johannes de Doper, die Jezus vlak voor zijn doop toeroept: 'Zie het Lam Gods dat de zonden der wereld wegneemt.'

 

Uitnodiging

De gemeente wordt nu tot het vieren van de gemeenschap in brood en wijn uitgenodigd en gaat in een grote kring rond de Tafel staan.

De Vredegroet

Als iedereen in een kring staat, wenst de voorganger iedereen de vrede van God toe. De gemeente reageert hierop door elkaar, als teken van vrede, de hand te geven en met elkaar en met de Kerk van alle plaatsen en alle tijden verbonden het Onze Vader” te bidden. Daarna wordt de Maaltijd van de Heer staande in de kring gevierd en ontvangen alle deelnemers zowel brood als wijn. Die worden rondgedragen en uitgedeeld door de diakenen van dienst.

 

Dankgebed

Nadat iedereen in de kring brood en wijn heeft gedeeld spreekt de predikant een korte dankzegging uit, waarna het slotlied wordt gezongen.

 

Naar boven:

Orgel

Het orgel neemt in de protestantse eredienst een belangrijke plaats in.

Het inleidend orgelspel ter verwelkoming is er één van. Voor de begeleiding van het kringkoor en de cantorij wordt terughoudende muziek verwacht, terwijl bij de ondersteuning van de gemeentezang eerder het dragend en juichend aspect naar voren moet komen.

Het orgel is voor het grootste gedeelte ontworpen en gebouwd door pastoor Robert Mathot te Engreux (Houffalize). Hij heeft de bouw van enkele prachtige orgels in de Ardennen op zijn naam staan. Het ontwerp is origineel. De ‘romantische ‘ registers Bourdon 8, Bourdon 16, Montre 8, Flute harmonique 8 ontbreken: in hun plaats laten o.a. de ‘lichte’ registers Larigot, Spitzfluit en Nasaal zich horen. Het geheel maakt een speelse indruk.

 

Er is geen losstaande speeltafel: het klavier zit in/ aan het orgel gebouwd. Het orgel is volledig mechanisch en heeft 2 manualen (elk 4 ½ octaaf groot) en een zelfstandig recht pedaal van 3 ½ octaaf. Voor de lucht zorgen 3 windladen.

 

In 1973 is het orgel ingespeeld. Na het overlijden van pastoor Mathot (ook in 1973) is afbouw en onderhoud opgedragen aan de firma Pels d’Hondt. Het orgel verkeert in goede staat en is uitstekend bespeelbaar.

Naar boven:

Organisten  

- R. Auquier

- J. Vandezande

 

 

    
 
    © Protestantse Kerk Brussel 2004