|
Hugenotenkruis
Het hugenotenkruis is samengesteld uit drie delen, waarbij het Maltezerkruis
de centrale positie heeft. Dit kruis, welke zich onderscheid van
andere door de vier vanuit één punt vertrekkende armen die breed
uitlopen, vindt men reeds terug bij de ridders van Malta. Dit zijn
de erfgenamen van de tempelorde van Johannes van Jeruzalem die teruggaat
tot ongeveer 835 na Christus. Later, omstreeks 1100, vinden we dit
kruis eveneens terug bij de Katharen.
Deze vervolgde groep christenen hield zich voornamelijk op in de
Pyreneeën. Het woord 'Katharen' komt van het Grieks en betekent
'reinen'.
Ze hielden zich strikt aan een heiligende levensvorm. Het Johannes-evangelie
gold als hun enige leidraad en was bij ieder in hun enige kledingstuk
op de plek van het hart ingenaaid. De Katharen werden door de pauselijke
troepen
uitgemoord. Na hen werd het Maltezerkruis nog door tal van groepen
gebruikt. Daarbij was hun voornaamste motief onderscheid te maken
met het Latijnse kruis (= rechte armen waarvan de onderste langer
dan de andere) en het Griekse kruis (= vier gelijke armen).
Reformatie
Zo kwam het Maltezerkruis in de roerige 16de eeuw terecht.
De tijd van de reformatie. In die dagen richtte Henri III, koning
van Frankrijk, een eigen orde op die hij als naam 'Ordre de chevaliers
du Saint-Esprit' meegaf.
Als embleem koos hij het Maltezerkruis waarvan hij de acht scherpe
hoeken afrondde door er bollen op aan te brengen. Het kruis werd
toen namelijk vervaardigd op grootte van een handpalm. Door de scherpe
hoeken af te ronden wou koning Henri III voorkomen dat het kruis
als wapen zou kunnen gebruikt worden.
Vervolgens verbond hij de vier armen van het kruis met de bladeren
van een lelie. Deze bloem gold en geldt nog steeds als de Franse
bloem bij uitstek.
De duif
De orde was echter niet zo'n lang leven beschoren. Protestanten
werden ten andere gediscrimineerd, vooral op het vlak van onderscheidingen
en militaire eretekens. Pas halfweg de 18de eeuw, tijdens het bewind
van Louis XV (1759) werd het toegestaan om protestanten officieel
te onderscheiden. Daartoe ging men op zoek naar een embleem. Men
diepte het kruis van de 'Ordre de chevaliers du Saint- Esprit' op
en doopte het 'Hugenotenkruis' naar de eerste Franse protestanten
die als martelaren vervolgd waren. Zo kregen de protestanten in
Frankrijk hun eerste onderscheidingsteken. Het teken bestond toen
nog steeds zonder duif.
Dit laatste kleine onderdeeltje kwam er tijdens de 19de eeuw bij,
toen het embleem van militair onderscheidingsteken naar sieraad
of herkenningsteken evolueerde. In de Franse traditie was het kleinste
sieraad een duifje. Men gaf het als geschenk wanneer men niks anders
meer bezat. Het stond zowat symbool voor de waardige armoede, hetgeen
men zich ten andere nog gedurende lange tijd op de hals haalde door
openlijk van zijn protestants geloof te getuigen. In onze streken
kent men het symbool van de bedelzak dat zowat dezelfde functie
vervulde en ook reeds op de vroegste geuzenpenningen is afgebeeld.
Zo kwam de duif, als symbool van de H. Geest het teken volledig
maken.
In de laatste 150 jaar hebben verschillende tradities verschillende
betekenissen aan het teken meegegeven, hetgeen het sieraad enkel
aan uitstraling deed toenemen.
We merken nu dat de historische ontwikkeling het Hugenotenkruis
nog meer diepgang geeft. Deze diepgang kan enkel bijdragen aan de
pracht van diegene die het Hugenotenkruis draagt, namelijk: de mens
die als beeld van God van zijn/haar schepper getuigt.
|