Protestantse Kerk Brussel

Nieuwe Graanmarkt  8

1000 Brussel     

Tel. 02 512 03 67

E-mail:info@protestantsekerkbrussel.be

 
(Samen op weg)   
 

 

 

 

 

 

 

     

     

   

Hugenotenkruis

 

Hugenotenkruis
Het hugenotenkruis is samengesteld uit drie delen, waarbij het Maltezerkruis de centrale positie heeft. Dit kruis, welke zich onderscheid van andere door de vier vanuit één punt vertrekkende armen die breed uitlopen, vindt men reeds terug bij de ridders van Malta. Dit zijn de erfgenamen van de tempelorde van Johannes van Jeruzalem die teruggaat tot ongeveer 835 na Christus. Later, omstreeks 1100, vinden we dit kruis eveneens terug bij de Katharen.
Deze vervolgde groep christenen hield zich voornamelijk op in de Pyreneeën. Het woord 'Katharen' komt van het Grieks en betekent 'reinen'.
Ze hielden zich strikt aan een heiligende levensvorm. Het Johannes-evangelie gold als hun enige leidraad en was bij ieder in hun enige kledingstuk op de plek van het hart ingenaaid. De Katharen werden door de pauselijke troepen
uitgemoord. Na hen werd het Maltezerkruis nog door tal van groepen gebruikt. Daarbij was hun voornaamste motief onderscheid te maken met het Latijnse kruis (= rechte armen waarvan de onderste langer dan de andere) en het Griekse kruis (= vier gelijke armen).

Reformatie
Zo kwam het  Maltezerkruis in de roerige 16de eeuw terecht. De tijd van de reformatie. In die dagen richtte Henri III, koning van Frankrijk, een eigen orde op die hij als naam 'Ordre de chevaliers du Saint-Esprit' meegaf.
Als embleem koos hij het Maltezerkruis waarvan hij de acht scherpe hoeken afrondde door er bollen op aan te brengen. Het kruis werd toen namelijk vervaardigd op grootte van een handpalm. Door de scherpe hoeken af te ronden wou koning Henri III voorkomen dat het kruis als wapen zou kunnen gebruikt worden.
Vervolgens verbond hij de vier armen van het kruis met de bladeren van een lelie. Deze bloem gold en geldt nog steeds als de Franse bloem bij uitstek.

De duif
De orde was echter niet zo'n lang leven beschoren. Protestanten werden ten andere gediscrimineerd, vooral op het vlak van onderscheidingen en militaire eretekens. Pas halfweg de 18de eeuw, tijdens het bewind van Louis XV (1759) werd het toegestaan om protestanten officieel te onderscheiden. Daartoe ging men op zoek naar een embleem. Men diepte het kruis van de 'Ordre de chevaliers du Saint- Esprit' op en doopte het 'Hugenotenkruis' naar de eerste Franse protestanten die als martelaren vervolgd waren. Zo kregen de protestanten in Frankrijk hun eerste onderscheidingsteken. Het teken bestond toen nog steeds zonder duif.

Dit laatste kleine onderdeeltje kwam er tijdens de 19de eeuw bij, toen het embleem van militair  onderscheidingsteken naar sieraad of herkenningsteken evolueerde. In de Franse traditie was het kleinste sieraad een duifje. Men gaf het als geschenk wanneer men niks anders meer bezat. Het stond zowat symbool voor de waardige armoede, hetgeen men zich ten andere nog gedurende lange tijd op de hals haalde door openlijk van zijn protestants geloof te getuigen. In onze streken kent men het symbool van de bedelzak dat zowat dezelfde functie vervulde en ook reeds op de vroegste geuzenpenningen is afgebeeld. Zo kwam de duif, als symbool van de H. Geest het teken volledig maken.

In de laatste 150 jaar hebben verschillende tradities verschillende betekenissen aan het teken meegegeven, hetgeen het sieraad enkel aan uitstraling deed toenemen.
We merken nu dat de historische ontwikkeling het Hugenotenkruis nog meer diepgang geeft. Deze diepgang kan enkel bijdragen aan de pracht van diegene die het Hugenotenkruis draagt, namelijk: de mens die als beeld van God van zijn/haar schepper getuigt.


   
 
 
 

          

 

© Protestantse Kerk Brussel 2004