Protestantse Kerk Brussel

Nieuwe Graanmarkt  8

1000 Brussel     

Tel. 02 512 03 67

E-mail: info@protestantsekerkbrussel.be

 
(Samen op weg)   
 

 

 

 

 

 

 

     

     

   

Geschiedenis

 

Flitsen uit de geschiedenis van de Protestantse Kerk Brussel

De eerste martelaren: 1 juli 1523

De geschiedenis van onze Brusselse gemeente begint met Hendricus Voes en Johannes van den Essen, twee augustijnermonniken die op 1 juli 1523 levend verbrand werden op de Grote Markt van Brussel? Zij waren de eerste martelaren voor de zaak der reformatie. En ondanks pijnbank en brandstapel groeide er in Brussel tussen de jaren 1578 - 1581 een vurige gemeente, waarvoor niet minder dan dertien predikanten de zorg hadden. Het was toen zelfs zo dat het evangelie volgens reformatorische principes gepredikt werd in de collegiale kerk van Sint Michiel en dat de vroedschap van Brussel in meerderheid protestants was. Maar Spaans geweld maakte aan dat alles een einde. Hoewel velen over de grenzen vluchtten, wisten enkele kleine gemeenten zich te handhaven. Ook in Brussel werd de lamp van het reformatorisch geloof nooit helemaal uitgedoofd. In het begin van de 19de eeuw, wanneer België en Nederland onder de scepter van Koning Willem I van Oranje verenigd zijn, vestigen zich protestantse ambtenaren en militairen in België. Om hen in staat te stellen hun kerkelijke plichten te vervullen, worden er diensten gehouden in de verschillende steden. De Brusselse gemeente krijgt de voormalige Augustijnenkerk. op het de Brouckèreplein toegewezen. Daar is zelfs de latere Koning Willem III gedoopt. De revolutie van 1830 maakt aan dit alles een einde. Het interieur van de kerk- wordt verwoest, de predikant Ds. Pauw vlucht, de gemeente wordt uiteengeslagen.

Eigen gebouw

Toch blijven enkele getrouwen, een groepje Nederlanders en Duitsers, vergaderen onder de hoede van een Duitse lutherse predikant, L.P. Wieland Lütkemüller. Bedachtzaam en voorzichtig zoeken ze zichzelf te omschrijven; de namen wisselen van Lutheraanse Gemeente, Vlaams Evangelische Kerk, Nederduitse Evangelische Gemeente. In september 1842 beroept de kerkenraad Henricus van Maasdijk tot predikant van de Brusselse gemeente. Onder de bezielende leiding van Ds. van Maasdijk groeit de gemeente. Vele protestantse Nederlanders, maar ook protestant geworden Vlamingen sluiten zich aan. De kerkdiensten worden gehouden in een lokaal in de Bruidsstraat en in een zaal in de Oude Kleerkopersstraat. Als de gemeente zich in 1854 bij de Bond van Evangelisch – Protestantse Kerken van België aansluit en nu van staatswege erkend wordt en een traktement voor haar predikant ontvangt, rijpt het stoutmoedige plan een eigen kerk te bouwen. Vol moed begint men geld in te zamelen. De nieuwe kerk komt aan de Zoutkaai, het latere St. Katelijneplein, waar Baron van Boetzelaer, een gemeentelid, een aantal huizen had gekocht. De gronden achter die huizen worden voor een geringe huur aan de kerkenraad afgestaan. En dan komt de dag waarop architect Geerling geheel belangeloos aan het werk gaat. Reeds op woensdag 21 oktober 1857 wordt de kerk in gebruik genomen.

Vincent van Gogh

Op 10 mei 1874 wordt ds. N. de Jonge in de gemeente bevestigd. Ds. de Jonge ziet scherp de gevaren en de verleiding die er in een grote stad bestaan. Het treft hem telkens pijnlijk als hij ziet hoe jonge mensen pas uit Nederland bij hun aankomst trouwe kerkgangers zijn en dan plots ophouden te komen. Hij vindt hen terug in het ziekenhuis, in de gevangenis soms. Zo werpt ds. de Jonge zich met kracht en de inzet van zijn hele persoonlijkheid op het werk van de evangelisatie. Reeds in 1876 ziet hij een hartenwens in vervulling gaan. Onder de hoede van meester Bokma wordt een opleidingsschool voor evangelisten geopend. De eerste leerlingen laten zich inschrijven: W. van der Haeghe, J. Chrispeels en ook een wat verlegen jongeman, met dik roestbruin haar, diepliggende, brandende ogen, een besliste kin ... Vincent van Gogh. ds. de Jonge, die zich helemaal aan de stadsevangelisatie gaat wijden, waaruit het Silowerk zal groeien, wordt opgevolgd eerst door ds. A. Pijnacker Hordijck en dan, in 1891, door ds. Willem Hoek.

De stichting van de gereformeerde Kerk

Tot de hervormde Kerk behoort ook het kerkelijk zeer meelevende gezin van dhr. Arthur G. van Deth. Zijn gezin met nog andere leden, ondergaan de invloed van de beroering op het kerkelijk erf in Nederland in de jaren 1830-1895. Eerst de Afscheiding (1834), met als leider ds. H. de Cock, vervolgens de doleantie (1886) met als leider en bezieler dr. Abraham Kuyper en tenslotte de vrucht van het samengaan van beide stromingen, de vorming in 1892 van het verband van de gereformeerde Kerken in Nederland.

Dat blijft in Brussel niet zonder gevolg. Abraham Kuyper treedt daarbij persoonlijk op als adviseur. De naar het oordeel van van Deth bestaande onduidelijkheid inzake de belijdenis van zijn eigen gemeente, wordt aanleiding tot een briefwisseling met de kerkenraad tussen 1891 en 1893. De bezwaarden wensen dat hun kerkenraad de door de Synode van Dordrecht in 1618 vastgestelde leer en kerkorde aanwendt. Een verlangen dat niet gehonoreerd wordt. Daarom verbreken de familie van Deth met enkele andere leden op 31.03.1893 de band met hun kerk en besluiten zij te komen tot de stichting van een gereformeerde Kerk in Brussel, die op 23.12.1894 officieel geïnstitueerd wordt. Ze vindt op 9.10.1908 in ds. J-B.M.G. Wolf haar eerste predikant. De kleine huisgemeente komt in de eerste periode samen in de woning van van Deth aan de Kiekenmarkt 23. In 1901 blijkt het mogelijk een geschikter pand, gelegen aan de Nieuwe Graanmarkt 5 in huur te krijgen. Daarin kunnen worden ondergebracht zowel de gemeente als de door de leden van de gemeente opgerichte christelijke school. Als dit pand te klein wordt besluit de kerkenraad op 09.02.1923 tot het optrekken van een eigen gebouw, dat uiterlijk onmiddellijk als een kerkgebouw kenbaar zal zijn. Zo'n gebouw komt te staan op een perceel grond in de Leon Lepagestraat. De officiële ingebruikneming van het kerkgebouw vindt plaats op 22.02.1928.

De gereformeerde Kerk groeit. Ondanks het feit dat in de loop der jaren een groot aantal Vlamingen toetrad, leeft de gereformeerde Kerk van Brussel lange jaren een vrij geïsoleerd bestaan. Zij was meer georiënteerd op het Nederlandse dan het Belgische protestantse leven. Daarin komt verandering in de jaren eind 1950 begin 1960. De kerk gaat haar taak ruimer zien. Zij wil af van het beeld een importartikel uit Nederland te zijn en beijvert zich om dichter bij de Belgische omgeving te staan.

De evangelisatiearbeid is één van de belangrijkste taken van de gemeente. In de loop van haar bestaan kende de gemeente, naast haar eigen predikant, nog vier evangelisatiepredikanten en twee evangelisten. De gereformeerde Kerk van Denderleeuw is de vrucht van de evangelisatiearbeid van de gereformeerde Kerk van Brussel. Bovendien wordt onder de bezielende leiding van ds. W. Zuidema het gesprek jodendom-christendom op gang gebracht.

De hervormde Kerk

De hervormde kerkgemeenschap in Brussel leeft ondertussen nauw mee met het lijden van het Zuidafrikaanse boerenvolk. Het is dan ook een ontroerende dienst die op 12 oktober 1902 in aanwezigheid van de boerengeneraals Botha, De Wet en De la Rey wordt gehouden. Dan breekt de oorlog 1914-1918 uit. Talrijke leden vertrekken naar Nederland. In andere gezinnen stijgt de armoede hoog. Maar door die vaak droevige jaren loopt ook als een gouden draad het bemoedigende verhaal over wat kleine gemeenschappen kunnen bereiken. Op dinsdag 15 februari 1910 verschijnt het eerste nummer van de protestantse Kerkbode die enkele jaren geleden tot de Protestantse Kerkbrief werd herdoopt. In november 1910 wordt beslist om samen met de gereformeerde Kerk een vereniging voor protestantse ziekenverpleging te stichten. In hetzelf-de jaar, wordt er reeds 10.000 BEF ingezameld en in 1914 wordt de kliniek op de Lambermontlaan geopend. In dit alles werd ds. Hoek sinds einde 1894 bijgestaan door de heer R. van Groningen als hulpprediker. Zondag 26 juni 1927 doet ds. A.G.B. ten Kate zijn intrede. Hij zou aanvankelijk alle aandacht wijden aan de innerlijke versterking der gemeente, de zielszorg voor de Nederlandssprekende protestanten in Brussel. In 1938 wordt in de hervormde Kerk het veertigjarig regeringsjubileum van Koningin Wilhelmina der Nederlanden herdacht. Koning Leopold Ill geeft de wens te kennen hierbij aanwezig te willen zijn. Weer klinkt de oorlogsdreiging: de Tweede Wereldoorlog is uitgebroken. Dicht sluiten de gemeenteleden zich bij de kerk aan, als om bescherming te zoeken.

De jongste geschiedenis

In de zestiger jaren heeft de hervormde gemeente plannen om te verhuizen van het St. Katelijneplein naar de Nieuwe Graanmarkt, om daar op steenworpafstand van de gereformeerde Kerk een nieuw kerkgebouw op te trekken. Met medewerking van kerken uit 10 landen, met steun van de Belgische staat en van het bouwfonds van de eigen gemeente, wordt dit gebouw door de stuwkracht van ds. P. Fagel, predikant van de gemeente van 1949 tot 1972, gerealiseerd. De ingebruikneming vond plaats op 6 juni 1970.

Het gebouw leent zich uitstekend voor grotere bijeenkomsten, zoals de jaarlijkse synodevergaderingen en oecumenische conferenties. Maandelijks vinden vele groepen een onderdak in ons kerkgebouw voor hun bijeenkomsten. Dikwijls werken deze organisaties in breder oecumenisch verband, zodat ons gebouw de naam "Oecumenisch Centrum" met recht draagt. De kerkenraad van de gereformeerde Kerk krijgt in 1965 een verzoek van de kerkenraad van de hervormde Gemeente om te trachten te komen tot een nauwe samenwerking, te beginnen met samenbouw, met het uiteindelijke doel te komen tot een zo spoedig mogelijk samengaan van beide gemeenten. Dit verzoek, dat in 1966 serieus door de kerkenraad wordt besproken, leidt in 1967 zelfs tot een referendum onder de gemeenteleden over de vraag: samenbouw met de hervormde gemeente of overgaan tot verbouw van eigen kerkgebouw? De uitslag van dit referendum toont aan dat het merendeel van de leden van de gereformeerde Kerk gereserveerder denkt over een samenbouw c.q. samengaan dan een aantal voorstanders in hervormde kring. De kerkenraad van de gereformeerde Kerk besluit daarom tot een grondige verbouwing, welke in de jaren 1969 -1970 gerealiseerd wordt. De officiële ingebruikneming van het vernieuwde gebouw vindt plaats in het kader van de herdenking van het 75-jarig bestaan van de kerk.

Samen-op-Weg

Toch blijft het verzoek van de hervormde gemeente niet helemaal zonder gevolg. Het wordt de aanleiding tot het houden van gemeenschappelijke kerkenraadsvergaderingen. De gesprekken gaan meer en meer over de mogelijkheid van samenwerking op verschillende terreinen, zelfs het houden van gemeenschappelijke diensten. De stichting in 1978 van de Verenigde Protestantse Kerk in België leidt tot de oprichting van de kring Brussel van de vijf daarbij aangesloten Nederlandstalige protestantse kerken. Eén van de opdrachten van de kring Brussel is het bevorderen van een nauwere samenwerking tussen de Nederlandstalige gemeenten van de Brusselse regio.

De gereformeerde Guido de Brèskerk wordt bij KB van 31 december 1980 erkend als protestantse parochie Tervuren met als grondgebiedomschrijving Tervuren, Wezembeek-Oppem en Overijse.

De kerkenraden van de Guido de Brès en van de Graanmarktkerk voelen zich in de loop der jaren meer en meer gedwongen tot een intensiever overleg. In 1987 brengen zij een Samen-op-Weg proces op gang. Zij besluiten - met instemming van de drie andere protestantse kerken van de Kring Brussel - tot de instelling van een gemeenschappelijke commissie met de opdracht te zoeken naar de mogelijkheden tot nauwere samenwerking tussen beide gemeenten.

Het Samen-op-Wegproces blijft niet zonder positief gevolg. Vanaf 1 januari 1995 vormen gereformeerde en hervormde Kerk één versterkte gemeente. De band tussen de gereformeerde Kerk en de hervormde Kerk van Brussel, die een eeuw verbroken was, is weer hersteld.

Naar boven:

Literatuur

- L. P. Boon , Het Geuzenboek , uitgeverij de Arbeiderspers, Amsterdam, 1979.

- E. Pichal , De geschiedenis van het protestantisme in Vlaanderen , Standaard Wetenschappelijke Uitgeverij, Antwerpen/Amsterdam, 1973.

- H.R. Boudin , Bibliografie van het Belgische Protestantisme (1781-1996) , PRODOC, Brussel, 1999.

- P. Bouman (red.), Een andere weg, Protestanten in de Vlaamse samenleving, Boekmakerij Luyten, Amsterveel, 1986.

-  Johan Decavele , De eerste protestanten in de Lage Landen - Geloof en heldenmoed
Davidsfonds Leuven, 2004,  310 bladzijden.

Over de gemeente van Brussel:

- A. de Raaf , De instituering van de Gereformeerde Kerk van Brussel (1891-1896), begeleid door Kuyper zelf, verschenen in: Jaarboek voor de geschiedenis van de Gereformeerde Kerken Nederland, Kok, Kampen, jaargang 2, 1994.

- A. de Raaf , ‘Guido de Brèskerk van Brussel (voorheen gereformeerde kerk) Historisch overzicht 1894-1984’ , Brussel 1985.

- G. Liagre , 'Prefiguraties, aanwezigheid en ontwikkeling van het Nederlandstalig protestantisme. Situatie in enige Vlaams-Brabantse steden (16de eeuw)' , 'Eigen Schoon & De Brabander’, Geschied- en oudheidkundig genootschap van Vlaams Brabant, Jg. LXXXV (2002), nrs. 10-11-12, blz. 395-424.

- G. Liagre , ‘Het Nederlandstalig protestantisme in de Vlaams-Brabantse steden Vilvoorde, Mechelen, Leuven en Brussel 1800-1850’, ‘Eigen Schoon en De Brabander’ , Koninklijke Academie voor oudheid – afdeling Brabant, Jg. 86 (2003), nr. 3, blz. 305-344.

- G. Liagre, 'Aanwezigheid en ontwikkeling van het Nederlandstalig protestantisme. Situatie in Vlaams-Brabant  in het algemeen en in Brussel in het bijzonder (17de en 18de eeuw), in Eigen Schoon & De Brabander, Geschied- en oudheidkundig genootschap van Vlaams Brabant, Jg. LXXXVII (2004), nr. 3, pag. 365-411.

- G. Liagre, 'Anders geloven, Geschiedenis van het Nederlandstalig protestantisme te Brussel en zijn organisaties'  PRODOC, Brussel, 2004.

                                                                                                    

Naar boven:

© Protestantse Kerk Brussel 2004